Multilingual Folk Tale Database


Information

Author: G.J. Boekenoogen - 1902

Original version in Dutch

Country of origin: Netherlands

Story type: The man takes seriously the prediction of death (ATU 1313A)

Translations

There are no translations available for this story

Add a translation

Van den man die dacht dat hij gestorven was

G.J. Boekenoogen

"Een boer is altijd dom," zeggen ze. Maar ik weet van een boer, die was dan allemachtig dom. Daarvan zal ik je ers wat vertellen.

Die boer dan had natuurlijk een wijf; en de vrouw met de meid en den knecht hielden hem dikwijls genoeg voor den gek, maar dat merkte hij niet en hij had ook nooit gemerkt dat hij dommer was dan andere menschen.

Op een goeien dag gebeurde het dat er op het land niet te werken viel, en de boer besloot maar eens uit rijden te gaan. Hij zadelde zijn ezel en ging op rit; maar hij nam een bijl mee, want je kon nooit weten waar het goed voor was. Zoo kwam hij in een bosch en hij dacht: "Hier staan zooveel boomen; laat ik nou ers probeeren hoe scherp mijn bijl wel is." Dus hij van zijn ezel en aan het hakken. Het beviel hem best en hij sloeg met ferme slagen in een boom. Net kwam er een heer voorbij en toen die hem zoo zag slaan, zei hij: "Wel vrind, als je zoo door blijft hakken, dan zal die boom ook gauw omvallen." Maar de boer dacht: "Wat zou zoo'n heer er van weten!" en hij hakte door. Maar ja, het was zooals de heer gezeid had. De boom viel om. "Drommels," dacht de boer, "als hij dat voorspellen kon, dan weet hij meer. Dien man moet ik hebben." Dus hij hem achterna. "Hoor eens, mijnheer, jij weet zooveel, kan-je me dan misschien ook zeggen wanneer ik dood zal gaan?" "Wel ja," zei de heer, "als de ezel driemaal gescheten heeft ben-jij dood." Daar schrok de boer van. "Wel, wel, dat is me wat," dacht hij. "Wat zal dat een consternatie geven als de ezel drie keer schijt voor ik thuis ben, want dan zullen ze niet weten waar ze me zoeken moeten. Laat ik dus zorgen dat ik gauw thuiskom." Dat hij op den ezel en het beest gejaagd van heb ik jou daar! Nou had de ezel goed loopen grazen, dat het duurde niet lang of "prrt!" daar deed de ezel wat. Hij er op geslagen; maar jawel, daar was het voor de tweede maal "prrt!" en weer deed de ezel wat onfatsoenlijks. "Dat loopt mis," dacht de boer; "maar ik weet raad." Hij stak een houten stop in den ezel zijn achterste en toen maar weer verder, zoo hard als de ezel loopen wou. Maar wat gebeuren moet dat gebeurt. Op eens vloog de stop er uit en het ging weer: "prrt!" "Dat is de derde keer," zei de boer, "nou ben ik dus dood," en meteen liet hij zich op den weg neervallen.

Zoo kwam de ezel dan alleen thuis. "Dat's vreemd," dachten ze; dus vrouw, meid, knecht, allemaal gaan ze op zoek. En, jawel, na een poos vonden ze hem. Ze riepen, ze schudden; maar hij gaf geen antwoord. Ze keerden hem om; maar hij liet met zich doen wat ze wilden. 't Verveelde hem mooi, maar wat kon hij er aan doen? Toen ze al maar volhielden met vragen: "Baas, waarom antwoordt je niet?" kon hij het eindelijk niet langer uithouden en hij zei knorrig: "Zien jelui dan niet, dat ik dood ben?" Nou, toen werd er gelachen, dat kun-je begrijpen! Maar ze hebben toch nog heel wat moeite gehad om hem aan zijn verstand te brengen, dat hij maar het wijste deed om weer levend te worden.