Multilingual Folk Tale Database


Information

Author: Aesopus

Translated into Dutch

Country of origin: Greece

Translations

There are no translations available for this story

Add a translation

De leeuw, de vos en het hert

Aesopus

Een leeuw die ziek was geworden lag in een grot. Hij zei tegen zijn geliefde vriend de vos: “Als je wilt dat ik herstel en verder leef, gebruik dan je honingzoete tong om het hert dat in de bossen leeft in het bereik van mijn klauwen te brengen. Ik heb trek in zijn ingewanden en zijn hart.” De vos vertrok en vond het hert spelend in het bos. Hij mengde zich in het spel en groette het hert met deze woorden; “Ik ben gekomen om je goed nieuws te brengen. Je weet dat onze koning de leeuw mijn buurman is. Nou is hij ziek en stervend, en hij heeft nagedacht over welke van de dieren na hem zal regeren. Het varken, zegt hij, is een gevoelloze lomperik, de beer is een luizak, de leopard altijd in een slecht humeur en de tijger heeft een grote mond; het hert is het beste geschikt voor de troon, omdat zijn grootte imponerend is, omdat hij lang leeft en omdat zijn horens de slangen afschrikt. Dus, om een lang verhaal kort te maken, jij bent genomineerd om koning te worden. Wat ga je mij geven als de eerste die je het nieuws vertelt? Vertel het me snel want ik heb haast; de leeuw vertrouwt op mijn raad bij alles wat hij doet, en het kan zijn dat hij me terug wil hebben. Als je zou willen luisteren naar wat een oude vos je te vertellen heeft, dan zou ik je aanraden om met me mee te gaan en bij hem te blijven tot hij overlijdt.”
Bij het horen van deze toespraak werd het hoofd van het hert rood van trots, en het liep naar de grot zonder enig wantrouwen in wat er stond te gebeuren. De leeuw besprong het gelijk, maar slaagde er alleen in om met zijn klauwen de oren van het hoofd te trekken, en het hert haastte zich te ontsnappen in de bossen. De vos sloeg zij poten in elkaar uit teleurstelling voor zijn nutteloze pogingen, en de leeuw kreunde en gromde luid in zijn honger en doodstrijd. Uiteindelijk verzocht hij de vos om nog een poging te wagen het hert terug te leiden. “Het is een moeilijke en vervelende taak die je me stelt,” antwoordde de vos, “maar ik zal het toch voor je doen.” Met wuivende lokken spoorde hij het hert op als een jachthond, en vroeg wat herders of ze een bloedend hert hadden gezien. Ze wezen naar het woud waarin hij was verdwenen; en toen hij het daar vond terwijl hij stond af te koelen van zijn vlucht, sprak hij het brutaal aan. De haren van het hert stonden overeind van woede. “Boef,” zei hij, “je zult me niet meer pakken. Als je dichtbij mij komt, zul je ervoor boeten met je leven. Ga weg en misleid anderen die je niet kennen. Vind maar iemand anders om koning en gek te maken.” “Ben je echt zo’n lafaard,” antwoordde de vos, “en zo acherdochtig tegen je vrienden? Toen de leeuw je oor greep bedoelde hij je zijn laatste advies en instructies te geven voor je grote verantwoordelijkheid als koning voordat hij stierf; maar jij kan niet eens tegen een kras van de klauw van een ziek beest. En nu is hij zelfs kwader dan jij en wil hij de wolf tot koning maken. Een slechte meester voor ons zou hij zijn. Kom met mij mee en wees niet bang; wees zo mak als een schaap. Ik zweer bij alle herfsten en lentes dat de leeuw je niets zal doen, en ik zal geen andere meester hebben dan jij.” Door dit bedrog haalde hij het hert over om weer met hem mee te gaan, en direct nadat hij de grot had betreden, maakte de leeuw er een maaltijd van met beenderen, merg en ingewanden. De vos keek toe; en toen het hart uit het karkas viel, pakte hij het ongezien en at het als een beloning voor zijn moeite. De leeuw miste het en zocht tussen de delen. “Je kunt wel ophouden met zoeken,” zei de vos van een veilige afstand, “want het is de waarheid dat het geen hart had. Wat voor hart denk je te vinden in een dier dat twee keer in het bereik van de klauwen van een leeuw verscheen?”